Zzp-wetgeving 2026 onder druk: kabinet zoekt nieuwe koers rond schijnzelfstandigheid
De voorgenomen zzp-wetgeving blijft voor politieke discussie zorgen. Waar het kabinet inzet op meer duidelijkheid rond schijnzelfstandigheid, ligt een belangrijk deel van de plannen onder vuur in de Tweede Kamer. Tegelijkertijd blijft de Belastingdienst vanaf 2025 actief handhaven op arbeidsrelaties, waardoor de onzekerheid voor zowel zzp’ers als opdrachtgevers voorlopig niet is verdwenen.
Van strengere regels naar nieuwe zzp-koers
Sinds 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium rond schijnzelfstandigheid opgeheven. Dat betekent dat de Belastingdienst weer actief controleert of een opdracht daadwerkelijk door een zelfstandige wordt uitgevoerd of feitelijk een dienstverband betreft.In dat kader werkt het kabinet aan nieuwe wetgeving die meer duidelijkheid moet geven over de positie van zelfstandigen. De eerder voorgestelde Wet VBAR wordt grotendeels aangepast of deels vervangen, terwijl het kabinet inzet op een nieuw wettelijk kader dat beter moet aansluiten bij de praktijk van zelfstandig ondernemerschap.
Politieke druk zorgt voor bijstelling plannen
De plannen rondom zzp-wetgeving zijn de afgelopen maanden meerdere keren aangepast. Onder politieke druk is een belangrijk deel van de oorspronkelijke regels geschrapt of versoepeld, omdat deze volgens critici te complex en moeilijk uitvoerbaar zouden zijn.Zo verdwijnt een deel van de strikte toetsingscriteria die moesten bepalen of sprake is van een dienstverband. In plaats daarvan wil het kabinet meer nadruk leggen op de feitelijke manier van werken en de positie van de zelfstandige in het economisch verkeer.
Tegelijkertijd blijft één element nadrukkelijk overeind: het **rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief (circa €38 per uur)**. Werkt een zzp’er onder deze grens, dan kan eenvoudiger worden gesteld dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, tenzij de opdrachtgever het tegendeel kan aantonen.
Belastingdienst blijft handhaven
Hoewel de wetgeving nog in beweging is, is de handhaving al wel aangescherpt. De Belastingdienst kan sinds 2025 naheffingen opleggen wanneer achteraf blijkt dat een zelfstandige feitelijk als werknemer heeft gewerkt.In 2026 wordt deze lijn voortgezet. Daarbij geldt nog steeds een relatief zachte aanpak, waarbij eerst wordt gekeken naar voorlichting en bedrijfsbezoeken, maar de ruimte om in te grijpen bij onjuiste constructies is aanzienlijk groter dan in voorgaande jaren.
Gevolgen voor ICT-zzp’ers en opdrachtgevers
Voor de ICT-sector heeft de veranderende wetgeving directe impact. Veel organisaties zijn voor hun digitale transformatie afhankelijk van externe specialisten, zoals software developers, cloud engineers, cybersecurity experts en data specialisten.Door de aangescherpte regelgeving kijken opdrachtgevers kritischer naar de manier waarop zij zzp’ers inzetten. Opdrachten worden vaker getoetst op zaken als gezagsverhouding, inbedding in de organisatie en de duur van de samenwerking.
Dat leidt in de praktijk tot meer juridische afwegingen en soms ook tot terughoudendheid bij het inhuren van zelfstandigen, vooral bij langdurige of structurele functies.
Kabinetslijn: ruimte voor zzp, maar strakkere grenzen
Ondanks de strengere handhaving benadrukt het kabinet dat er ruimte moet blijven voor echte zelfstandigen. De nieuwe koers richt zich op een tweesporenbeleid: het tegengaan van schijnzelfstandigheid enerzijds, en het behouden van ruimte voor ondernemerschap anderzijds.Dat betekent dat werken met zzp’ers niet wordt ontmoedigd, maar wel duidelijker moet worden afgebakend wanneer sprake is van ondernemerschap en wanneer van loondienst.
Vooruitblik: meer duidelijkheid, maar nog geen rust
De verwachting is dat de komende periode verdere aanpassingen volgen in de zzp-wetgeving. Zolang het parlement nog over de definitieve invulling debatteert, blijft de regelgeving in beweging.Voor zzp’ers in de ICT betekent dit dat flexibiliteit en juridische bewustwording steeds belangrijker worden. Niet alleen de inhoud van de opdracht telt, maar ook hoe die opdracht contractueel en praktisch wordt ingericht.
De komende jaren lijken daarmee niet alleen technisch, maar ook juridisch bepalend voor de toekomst van zelfstandig werk in de IT-sector.
